Geert Kloeze: ‘De natuursteensector blijft groen’

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Na meer dan vijftig jaar in de natuursteensector te hebben gewerkt, is Geert Kloeze per 1 april officieel gestopt. Een gesprek met de kersvers pensionado levert een half eeuw dwarsdoorsnede van de ontwikkeling van de natuursteenbewerkingsmachines op. Vrijwel alle functies heeft hij bekleed, van machinebankwerker, monteur, reparateur, verkoper tot mededirecteur van zijn geliefde Pater Steenbewerkingsmachines in Stadskanaal. Na het faillissement ging hij nog tien jaar zelfstandig door onder de naam Ge-Parts Steenbewerkingstechniek. Onder andere als verkoper van tweedehands machines van Pater. “De natuursteensector blijft zeker nog een tijdje ‘Pater-groen’, ze zijn nog steeds onverwoestbaar”, lacht hij.

‘Geachte klant, na 51 jaar werkzaam te zijn geweest als monteur en verkoper bij Pater Steenbewerkingsmachines en de laatste tien jaar in mijn eigen bedrijf Ge-Parts Steenbewerkingstechniek, met als hoofdzaak de verkoop van gebruikte steenbewerkingsmachines, is de tijd nu aangebroken om van mijn pensioen te gaan genieten. Het gaat u allen GOED.’ Met deze tekst op de website van Ge-Parts Steenbewerkingstechniek neemt Geert Kloeze na ruim een halve eeuw afscheid van de natuursteensector. Een lange carrière waarin hij de natuursteen- en machinesector heeft zien veranderen. NATUURSTEEN blikt met hem terug.

Kloeze had niets met de sector

Kloeze had eigenlijk niets met de natuursteensector, het was puur toeval dat hij in 1969 ermee te maken kreeg. “Ik was zeventien jaar oud, had net de LTS afgerond en was op zoek naar werk. Mijn vader had een smederij en liet wel eens iets maken bij toen nog Machinefabriek Pater in Stadskanaal. Hij bracht mij er achterop de brommer naar toe om te vragen of ze een baantje voor mij hadden. Ik kon direct aan de slag als machinebankwerker, onderdelen voor machines maken. Dat heb ik de eerste jaren gedaan, de daaropvolgende ruim drie jaar heb ik aan de draaibank gewerkt.”

Na die jaren draaien, frezen, schaven en meer maakte hij de volgende stap in zijn carrière. “Ik mocht werken in de montage, onze machines van A tot Z monteren en opbouwen in onze werkplaats. En af en toe mocht ik met een ervaren collega mee om de machines te plaatsen en te monteren. Bij Ariës Natuursteen in Zevenaar ben ik voor het eerst met een monteur mee geweest om een  portiekzaag te plaatsen. Met carnaval was dat, ‘sliepen’ we ‘s nachts midden in het centrum van Zevenaar. Wat een feest voor een Groninger, die carnaval niet kende”, lacht Kloeze. In die tijd had je volgens hem alleen maar de halfportiek- en de portiekzagen. “En ook de wandarmen, maar dat was het dan wel. De werkplaatsen zagen er in die tijd ook heel anders uit. Je stond vrijwel altijd tot je enkels in het slik en je had nauwelijks ruimte om een machine te plaatsen. Vaak was er niet eens een heftruck aanwezig, of kon je er met een kraan niet bij. Was best wel zwaar werk”, blikt hij terug.

Vanaf 1985 mocht hij als zelfstandige buitendienstmonteur werken. “’Op maandag vertrok ik, de hele week van klant naar klant en vrijdags weer thuis. Ik heb heel wat hotels gezien in die twintig jaar als buitendienstmonteur. Ik heb dit werk altijd met heel veel plezier en passie gedaan.”

Rolls Royce

Met de komst van de kantenslijpmachines nam de verkoop van Pater Steenbewerkingsmachines een vlucht. “Die waren voor 17 tot 20 cm dik materiaal, vooral grafwerk dus. En grafwerk liep in die tijd erg goed. Je zag de opkomst van de grote bedrijven met werklijnen van zes tot twaalf meter lang, om bijvoorbeeld dekplaten te schuren en te polijsten en vervolgens doorvoeren om de zijkanten te polijsten op de kantenslijpmachine. Bij bedrijven als De Steenklip en Dominicus, Van Gils, Jan Kalk, daar zag het letterlijk groen van onze machines. Niet vreemd, want ze werden ook wel gezien als de ‘Rolls Royce’ van de natuursteenbewerkingsmachines. Sommige van die halfportiekzagen zijn wel zestig jaar oud, maar die doen het nog prima. Men wil ze gewoon niet kwijt”, lacht Kloeze.  Verder hebben ook veel grote zaagstraten gemaakt voor de kalkzandsteen industrie in Nederland en Duitsland. En Grote traptreden lijnen in Noorwegen voor de Altakwartsiet industrie.

Arbo

Tijdens zijn lange carrière van meer dan een halve eeuw zag Kloeze ook op Arbo-gebied veel veranderen in de natuursteensector. “Je gelooft het bijna niet meer, maar vroeger moest vrijwel alles met de hand worden gedaan. Bijvoorbeeld het afladen van een vrachtwagen met platen. De laadbak werd schuin gezet en de platen werden op ronde balken eraf gerold, opgetild en met de hand de werkplaats in gesjouwd. Ik heb vaker meegemaakt en gehoord dat men onder een plaat terecht kwam, ook met dodelijke afloop. Risico van het vak, heette dat.”

Kloeze dacht dat hij alles wel had gezien, totdat hij bedrijven in België bezocht. “België heeft een traditie van kappen en droogslijpen. Veel stof dus. En voor de machines was vaak maar weinig plek. Ik heb vaker meegemaakt dat een portiekzaag maar net onder het dak paste. Voor de bediening was echter geen plaats meer in de werkplaats. Daar stonden ze gewoon buiten te werken. In die tijd werd er in de winter niet veel gewerkt. Later kwamen de dieselverbranders – de zogenoemde salamanders – als verwarming. Ik heb niet alleen heel wat stof binnen gekregen van het droog slijpen, maar volgens mij heb ik nog meer lood in mijn longen gekregen van die salamanders. Niet normaal.”

Leermeester Kloeze

Af en toe staart Kloeze tijdens het gesprek voor zich uit. Dan denkt hij met weemoed terug aan vroeger. “Niet dat vroeger alles beter was, hoor”, zegt hij direct. “Maar de mentaliteit was bijvoorbeeld wel wat gemoedelijker. Toen nam men gewoon de tijd om een praatje te maken voordat het werk begon. In die tijd werkte de baas ook nog mee in de werkplaats. Dan ging je pas aan het werk als hij ook begon. Nu is alles veel zakelijker, je moet continu presteren.”

Henk Pater was in de begintijd de baas van Kloeze. “Ik heb heel veel handwerk van hem geleerd en ook het inzicht in het monteren en repareren van machines. Dat werk deed hij ook het liefste. Hij was een ontzettend goede leermeester, niet alleen voor mij, maar voor iedereen die er werkte.”

Na drie jaar werken bij het bedrijf in Stadskanaal kwam ook zijn broer Frits bij Pater werken. “Ik moest in 1972 mijn militaire dienstplicht vervullen. Toen is Frits bij Pater komen werken. Na militaire dienst kwam ik weer terug en hebben we al die jaren altijd goed kunnen samenwerken. En ook later, toen het minder ging met Pater, hebben we veel aan elkaar gehad.”

Veel pijn

Pater had geen opvolging voor zijn machinefabriek in Stadskanaal. In begin jaren negentig van de vorige eeuw werd het bedrijf overgenomen. Kloeze zag dat het niet goed ging. “Ik zag het bedrijf vanaf 1999 echt afglijden. Omdat ik er mijn hele carrière werkzaam was, deed het me heel veel. Vooral omdat het tot het faillissement in 2000 leidde. Dat deed heel veel pijn.”

Er brak voor Kloeze een spannende periode aan. De aandeelhouders hadden gevraagd of hij samen met zijn broer Frits een doorstart wilde maken met Pater. “Ik werd in die tijd geleefd”, blikt hij erop terug. “Je stapt als eenvoudige onderhoudsmonteur in het ongewisse avontuur van fabriekseigenaar. Mijn broer Frits stond in de werkplaats in hiërarchie al boven de jongens, maar ik zat opeens aan de andere kant van de tafel. Voor die tijd zat je met je collega’s af en toe te foeteren op de baas, maar nu was ik de baas. Dat was wennen, maar dat ging al snel goed.”  

Crisis

Dat het anders moest, was de broers Kloeze wel duidelijk. Ze begonnen aan een grootscheepse reorganisatie. Kloeze: “We hadden na de reorganisatie in 2009 in feite alles goed op de rit. Maar toen kwam de crisis. We hadden geen werk meer, er werd niet meer geïnvesteerd in de natuursteensector. Dat was echt zuur.”

Er brak een moeilijke tijd aan voor Kloeze, een tijd waarin belangrijke keuzes moesten worden gemaakt. “Ik was 58 jaar oud, voor een carrièreswitch vond ik mij te oud. Maar er moest wel brood op de plank komen. Frits en ik hebben de zaakjes afgerond en vervolgens met veel verdriet de stekker uit Pater getrokken. Dat was echt heel moeilijk, want ik was met Pater opgegroeid, je wilt het eigenlijk niet loslaten. We kreeg later wel eens het verwijt van onze klanten, waarom we met Pater zijn gestopt. Klanten vonden dit erg jammer. Het enige antwoord wat we konden geven was, ‘als de natuursteensector gewoon in machines was blijven investeren, dan hadden we misschien nog wel bestaansrecht gehad’. Iedereen had last van de crisis. Nee, het was echt een zware periode.”

Broers Kloeze gingen eigen weg

De broers Kloeze gingen na het faillissement van Pater ieder hun eigen weg. “Frits specialiseerde zich in de reparatie en het onderhoud van machines – hij noemde zijn bedrijf FK Service en Onderhoud – en ik ging als Ge-Parts verder in de verkoop van (tweedehands) machines. Ook de laatste tien jaar bleven we samenwerken. Omdat ik alle dagen bij onze klanten langs ging, kwam ik altijd wel reparatiewerk voor Frits tegen. Daarnaast hoorde Frits wel vaker dat iemand een gebruikte machine zocht en die kwam dan weer bij mij terecht. Doordat ik steeds meer aanvragen kreeg voor nieuwe Pater afkort- en plintenzagen, is Frits deze opnieuw gaan produceren. Op deze manier konden we elkaar mooi aan de praat houden.”

Er ging letterlijk een hele nieuwe wereld open voor Kloeze. Internet maakte de wereld kleiner, maar het verkoopgebied van Kloeze ook groter. “Ik kreeg klanten uit Rusland, Polen, Bosnië-Herzegovina. En ik kreeg te maken met de typische handelsgebruiken uit die landen. Zo had ik een machine aan een klant uit Bosnië-Herzegovina verkocht. Die had een paar honderd euro aanbetaald en de rest zou ik ter plekke krijgen. Zat ik na een paar slokken wodka bij die man in de auto het geld uit een envelop na te tellen of alles klopte.”

Groen

Tijdens het tienjarig bestaan van Ge-Parts heeft Kloeze heel wat tweedehandsmachines verkocht, onder andere van het Duitse Steup en het Franse Thibaut. Maar hij verkocht ook nieuwe machines. “Door een fijne samenwerking met Patrick Buysse van Projectburo PB kreeg ik de mogelijkheid om ook nieuwe machines te verkopen. Op die manier bleef ik ook op de hoogte van de nieuwe ontwikkelingen op machinegebied en volgde ik die sector ook meer. Dat blijft toch altijd boeien.”

Maar Kloeze verkocht uiteraard ook machines van Pater. “Vooral jonge mensen die een eigen bedrijf begonnen, hadden een voorkeur voor tweedehands Pater-machines. Ze waren relatief gunstig in aanschaf en vrijwel onverwoestbaar. Ik ken die machines natuurlijk van haver tot gort, men wist precies wat bij mij gekocht kon worden. En op die manier bleef de sector natuurlijk ‘Pater-groen’. Het groen werd alleen verplaatst”, lacht hij.

Corona

Het coronavirus heeft Kloeze geholpen met de verwerking van het afscheid van de sector, zegt hij. “Vanwege het virus was ik het laatste jaar weinig op pad. Normaal gesproken plande ik bijvoorbeeld één à twee afspraken in Brabant in en ging daarna bij nog een paar bedrijven langs. Dat kon opeens niet meer. Ik ben dus noodgedwongen afgekickt van wat ik het leukste vond, de gesprekken met de klant. Het omzetten van plannen in een complete werkplaatsinrichting. Ik dacht dat het een hele dobber voor mij zou zijn, het thuiszitten terwijl ik eigenlijk altijd op pad was, maar het valt eigenlijk best wel mee. Nu kan ik heerlijk met mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen meer samen genieten van elkaar. Lekker gaan vissen. Daarnaast klus ik af en toe bij het Veenkoloniaal Museum in Stadskanaal om oude schepen in de vaart te houden. En ik kan mijn andere grote passie uitoefenen: het bespelen van de vele kerkorgels die de provincie Groningen rijk is. Machtig mooi!”