In memoriam Gerard Bart

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Gerard Bart wilde van kleins af aan al steenhouwer worden. “Als ik er op terugkijk, dan had ik geen ander vak gewenst. Natuursteen is een fijn materiaal om te bewerken. Je maakt er iets moois van dat er na honderd jaar nog steeds goed uit ziet.” In de aanloop naar het 75-jarig jubileum van Bart Natuursteen in Zaandijk op 1 augustus werden drie generaties Bart geïnterviewd. Gerard Bart beet het spits af. Het bleek zijn laatste interview. Hij overleed op 16 juli.

 “Mijn vader Bram Bart heeft in 1947 het natuursteenbedrijf aan de Guisweg 43 in Zaandijk overgenomen van Ben Bruin”, vertelt Gerard Bart. “Hij  had daarvoor bij verschillende natuursteenbedrijven ervaring opgedaan. Het was in die tijd een risico om voor jezelf te beginnen met een jong gezin. Er was een zware concurrentie tussen de steenhouwers voor de markt van grafstenen. Je moest goed werk afleveren, en de prijs was ook belangrijk. Mijn vader hakte vroeger de witte marmersteentjes voor op het graf zelf, die waren toen nog niet te koop. Later kocht ik een zak grind, dat was veel voordeliger.”

Groot geworden tussen natuursteen

“Als kind moesten we regelmatig meewerken. Ik vond dat leuk, mijn broer niet. Op de ambachtsschool in Zaandam volgde ik de opleiding voor timmerman. Dat vak wilde ik niet, maar er was geen steenhouwersopleiding in de omgeving. Later heb ik die wel gevolgd in Utrecht. In Utrecht leerde ik letters tekenen en hakken met hamer en beitel.”

Gerard Bart ging op twintigjarige leeftijd aan het werk bij vader Bram. “Mijn vader kon heel goed tekenen. Met een stropdas om en een stofjas aan tekende en hakte hij de letters in de steen. Machinaal was hij niet sterk. Maar wat met de hand moest worden gehakt, dat kon hij heel goed.
In de winter was de hardsteen soms bevroren, zodat het niet te bewerken is. Dan gingen we in de meel- en oliefabriek in Wormerveer aan het werk om molenstenen te hakken. Een molensteen was 2.20 meter hoog en 70 cm breed, daar was je wel zes weken mee bezig. Wanneer de klus gereed was, dan ging mijn vader met een nieuwe hoed op de rekening langsbrengen.”

Eigen bedrijf Gerard Bart

Pas toen Gerard Bart 42 jaar was wilde zijn vader stoppen. “Ik kon hem niet overreden om eerder te stoppen, om mij vennoot te maken of om de zaak over te dragen. In die tijd ontstond de markt van dorpels, neuten en vensterbanken in de bouw. Ik zag de mogelijkheden, mijn vader zag er niets in. De markt voor grafstenen liep wat terug, dus moest ik er wat anders bij zoeken. In de bouw ben je een nummer, dat is wel anders werken. Je moet vechten voor je plek, want op een bouwplaats zijn veel meer mensen bezig. Zo kon het voorkomen dat je opeens geen stroom had of je spullen door een ander werden gebruikt. Het is een heel andere wereld. Het maakt het wel levendiger.”

“Er zijn steeds minder steenhouwers”, verzucht Gerard Bart. “Nu zijn het alleen nog machinaal bewerkers. Het ouderwetse vakmanschap verdwijnt. Er zijn weinig mensen meer die letters kunnen hakken met hamer en beitel. Af en toe word ik nog gebeld door mijn zoon Aby of ik zin heb om een paar dagen te komen frijnen. Dat is leuk werk, dan kom ik zeker.” 

In het voorjaar was de laatste frijnklus van Gerard Bart. Zoon Aby en kleinzoon Lars hebben de klus afgemaakt. 

Wij wensen de familie veel sterkte met dit verlies.

Wilbert Leistra