Maastrichtersteen blijkt toch duurzame bouwsteen

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Veel van het Limburgs erfgoed, aan beide zijden van de grens, is opgebouwd uit Maastrichtersteen, ook wel mergel genoemd. Deze steen heeft in de regel een slechte reputatie als het om schade gaat. Een hoge porositeit en waterdoorlaatbaarheid is hier debet aan, luidde de algemene opinie. Een onderzoek van restauratie-architecte Elke Verdin wees echter uit dat verkeerd onderhoud en architecturale en technische veranderingen in de 20ste eeuw een grote rol hebben gespeeld. Bij goed gebruik en onderhoud is het juist een duurzame bouwsteen die zeer tijdsresistent is, luidt haar conclusie. Het onderzoek heeft geleid tot een onderhoudsfiche van de Monumentenwacht Vlaanderen.

Natuursteen als bouwsteen staat continu bloot aan bedreigingen van buitenaf. Denk aan doordringend vocht, mosgroei, regenslag, wind- en watererosie, vervuiling of nestelende vogels en insecten. Maar de weersbestendigheid van de steen is ook afhankelijk van de afwerking of de behandeling van de gevel, de kwaliteit van het voegwerk, vakkundige en onvakkundige reparaties (als gevolg van de teloorgang van de ambacht bij aannemers en onzorgvuldige detaillering). Wordt dit niet goed gedaan, dan kan schade het gevolg zijn. Denk aan materiaalverlies, zoutuitbloeiingen, gipskorsten, onthechting van het oppervlak of zelfs dieper en verkleuring. Maar ook scheurvorming als gevolg van interne spanning, verkeerde materiaalcombinaties en ondergrondse bewegingen is mogelijk. Voorbeelden van deze schadegevallen en de oorzaken daarvan is Elke Verdin regelmatig tegen gekomen tijdens haar onderzoek naar Maastrichtersteen, mergel in de volksmond genoemd. Twee veel voorkomende oorzaken zijn het gevolg van verkeerd ingrijpen, geeft Verdin aan. “Het ‘uitzuiveren’ van architectuur, waardoor kalklagen – die de steen beschermen – werden verwijderd en het toepassen van steenverharders omdat men dacht dat de steen aan het oppervlak niet sterk genoeg was. Een derde oorzaak is dat er ook verschillende soorten mergel zijn die geologische gezien minder van kwaliteit zijn, bijvoorbeeld mergel van Kanne.” De restauratie-architecte verrichtte het onderzoek voor haar masterthesis Mergelerfgoed – Erfgoed in mergelsteen: huidige problematiek en handleiding tot een duurzaam behoud onder andere in samenwerking met Tim de Kock, assistent-professor aan de Universiteit van Antwerpen, en geoloog en directeur van het Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel Michiel Dusar. Zij kwamen tot de conclusie dat goed onderhoud er voor zorgt dat Maastrichtersteen een duurzame bouwsteen kan zijn. Als leidraad is een Onderhoudsfiche Maastrichtersteen voor Monumentenwacht Vlaanderen opgesteld.

Basisregel

Om schade te herkennen en vooral te voorkomen luidt de basisregel: check regelmatig en onderneem actie waar nodig. Zorg eveneens voor een goede afwatering van het gebouw. Verdin geeft hier voorbeelden van. “Ga na of loodslabben, soldeernaden, goten en afvoeren niet gescheurd zijn en dat de dakbedekking niet lekt. Zorg dat hemelwaterafvoeren niet verstopt raken. Hiermee kan biologische groei, vocht- en vorstschade door overlopend water worden voorkomen. Maar kijk bijvoorbeeld ook de horizontale vlakken na of er geen water op blijft staan. Vooral bij lijsten, afdekkingen en uitkragingen bestaat de kans op waterinfiltratie via de achterliggende voeg. Maar let ook op ook muren voorzien van een ademende bescherming op basis van kalk. Cementgebonden materialen moeten zeker worden verwijderd, ook dampdichte lagen – zoals steenverhardend – zijn  niet ademend genoeg, al zegt men dat ze voor 95 procent wel open zijn.”

Schade aan de natuursteen kan ook worden veroorzaakt door begroeiing van de steen, bijvoorbeeld door klimop. “Begroeiing zoals klimop mag nooit aan het oppervlak van Maastrichtersteen zitten. Het mag in de omgeving staan maar dan goed gesnoeid worden”, stelt de restauratie-architecte. Een andere vorm van begroeiing is mosgroei. Verdin: “In mosdeeltjes zitten zuren. Die kunnen bij verwijdering van de mos witte ringen achterlaten, die esthetisch storend kunnen zijn, maar deze leiden zeker niet tot schade in de diepte. Mosgroei duidt op een verhoogde vochtbelasting en het kan vaak een voorloper zijn van kolonisatie van kruiden en houtachtige planten. Let op: sommige mossen zijn beschermd, daar mag je niets aan doen, maar als je de niet-beschermde mossen wil verwijderen, gebruik dan een zachte borstel, een harde borstel werkt te eroderend.”

Ook het voegwerk en het steenoppervlak moet regelmatig worden gecontroleerd, valt in de onderhoudsfiche te lezen. “Met name de samenhang en de uniformiteit van het voegwerk moet worden gecheckt. Uitgespoelde voegen zorgen er namelijk voor dat vocht sneller kan indringen en blijven staan. Voegen zijn pas zichtbaar als het oppervlak al geschaafd is, omdat de steen oplopend naar achteren toe is gekapt waardoor de voegen breder worden bij het weghalen van materiaal. Latere gebouwen kunnen wel voegwerk vertonen. Bij voegwerk is het zeker van belang om een kalkmortel te gebruiken. De juiste samenstelling is van uiterst belang gezien alle gebouwen anders werken;  een toren heeft een hogere belasting – denk aan windbelasting – en heeft dus zeker een andere mortelsamenstelling nodig dan een zeer laag gebouw. Een veel voorkomende schade is dat stenen los zijn gekomen. Bewaar ze totdat een restauratie kan worden uitgevoerd of dat er deskundig advies kan worden gegeven over eventueel hergebruik. Dit is zeker van belang omdat de huidige restauraties vrijwel alleen worden uitgevoerd met de steen van Sibbe, de laatste mergelgroeve waar nog wordt ontgonnen. Dit is een andere soort, harder dan de meeste Belgische mergelsoorten.”

Aanbevelingen

De Onderhoudsfiche Maastrichtersteen bevat een aantal aanbevelingen. Onder andere over een goede manier van reinigen. Verdin legt uit: “Het verwijderen van plaatselijk vuil en bijvoorbeeld uitwerpselen van dieren kan het beste met zuiver water en een zachte borstel worden gedaan. Maar let op, een oppervlakkige reiniging is technisch gezien zelden nodig, zeker als er al een kaleilaag aanwezig is. Kalk is namelijk al antiseptisch. Reiniging brengt vaak meer schade aan de gevel aan dan dat het goed doet.” Er staat in de fiche een aparte opmerking over druipsporen van metalen. “Deze zijn moeilijk te verwijderen, omdat de verkleuring tot in de steen dringt. Bovendien is deze niet schadelijk vanwege de diepte van de steen. Het hardnekkig verwijderen van deze verkleuring zal de Maastrichtersteen beschadigen. De meest duurzame oplossing is het accepteren van deze esthetische vervuiling. Onbeschermde mergel vormt op termijn terug een calcinlaag – dit gebeurt zeer traag – die grijs wordt en ‘vuil’ oogt. Veel mensen storen zich daaraan en gaan de laag met een blokschaaf afschaven. Niet doen dus!”, waarschuwt Verdin. “Deze laag mag gerust blijven zitten wanneer er gekaleid wordt.”

Voorkomen is beter dan verhelpen. Deze wijze uitspraak geldt uiteraard ook voor het beschermen van de Maastrichtersteengevel. Bijvoorbeeld tegen aantasting als het gevolg van dieren. “Er moet voorkomen worden dat vogels zich nestelen of rusten op boorden of traceerwerk, bijvoorbeeld door de delen af te schermen met gaas. Vogels kunnen namelijk de mergel uitkrassen met hun klauwen. Veel kleiner qua afmeting, maar soms niet minder schadelijk, zijn insecten. Deze willen vaak zich nestelen in gaten die ze zelf hebben gegraven. Deze gaten moeten zo snel mogelijk worden opgevuld met kalkspecie. Bovendien kan er een insectenhotel naast worden geplaatst, zodat ze zich opnieuw ergens ‘veiliger’ kunnen nestelen”

Mocht er toch schade zijn opgetreden, dan luidt het advies volgens de Onderhoudsfiche om alleen de sterk verweerde blokken te vervangen. Bij het sterk verpoederen of afbrokkelen van geveldelen kan het volgens de restauratie-architecte vaak al voldoende zijn om alleen specifieke blokken te vervangen. “Een kaleilaag verbergt plaatselijke herstellingen en beschermt tegelijkertijd tegen erosie. Verven op kalkbasis bieden de beste bescherming voor gevels in Maastrichtersteen die blootgesteld worden aan weersomstandigheden. Ook voor binnen wordt het gebruikt, anders wordt het oppervlak snel stoffig. Het verwijderen van deze ‘open’ en ‘ademende’ laag heeft ruim honderd jaar geleden de eerste problemen veroorzaakt. Het trachten te remediëren aan deze problemen werd bijgevolg met consoliderende en waterwerende lagen ‘beschermd’ na het afschuren van het ‘vuile’ grijze calcin. Fatale oplossingen in een vicieuze cirkel.” 

Valkuilen

De Onderhoudsfiche Maastrichtersteen vermeldt ook valkuilen; wat moet worden vermeden en waar moet met name op worden gelet. Verdin legt uit: “Ongepaste beschermlagen – denk aan waterwerende producten en consoliderende behandelingen – moeten ten alle tijden worden vermeden, tenzij ze op aanraden van een mergeldeskundige moeten worden aangebracht. De beste bescherming blijft dus een kaleilaag. Bovendien fungeert die als indicator voor opkomende schade.” 

Ook dampdichte behandelingen, zoals koolteerlagen die tot de vorige eeuw als spatlagen bij boerderijen werden gebruikt, moeten volgens de Onderhoudsfiche worden vermeden. Om de plintzone te herstellen of te restaureren moet een specialist worden geraadpleegd. Hiervoor kan eventueel een nieuwe laag, niet op basis van koolteer, toegepast worden.

Voegwerk

Een zwak punt bij gevels van Maastrichtersteen wordt vaak gevormd door het voegwerk, normaal niet zichtbaar aan het oppervlak. Logisch dat er in de Onderhoudsfiche speciaal aandacht aan wordt besteed. “Wat absoluut moet worden vermeden als met Maastrichtersteen wordt gewerkt, is het toepassen van een te harde mortel op basis van cement. Ook zeker cement vermijden in de vorm van bepleisteringen. Dit verstoort namelijk de vochthuishouding in het metselwerk en veroorzaakt spanning door een verschil in stijfheid met de mergel. Dit geldt overigens ook voor de mortelsamenstelling van een herstelmortel. Ook het gebruik van een cementsluierverwijderaar moet worden voorkomen. Dit kan namelijk de kalk in de steen en in de voegen oplossen en daarnaast zorgen voor corrosie van eventueel aanwezige metalen elementen.”     

Verdin noemt nog een valkuil. “Men is snel geneigd om bij verontreiniging direct in te grijpen. Dit moet altijd met beleid gebeuren en agressieve reinigingsmethoden en -middelen moeten worden voorkomen. Hiermee bedoel ik onder andere zandstralen, het gebruik van staalborstels en blokschaven en hogedrukreiniging. Het gebruik van bleekwater en zuren is ook uit den boze.”

Controle

Terug naar de basisregel: regelmatig controleren en vooral beschermen. Maar wat is regelmatig en wie moet die controle uitvoeren? Ook hiervoor heeft de Onderhoudsfiche een aanbeveling, vertelt Verdin. “Het beste is om minimaal één keer per jaar een controle uit voeren, bij voorkeur vaker. Het is aan te raden om de controles onder verschillende lichtinvallen uit te voeren om zo verschillende schadepatronen op te sporen. Overigens is het aanraden om werkzaamheden als het herstellen, vervangen, opvullen en hervoegen bij voorkeur tussen april en oktober uit te voeren. Dit om vorstproblemen in de vochtige kalkspecie te vermijden.”

Ten slotte heeft de restauratie-architecte nog een laatste tip. “De controles en het regelmatig onderhoud kan door de beheerder of de gebruiker van het gebouw worden uitgevoerd. Mochten de werkzaamheden wat uitgebreider en omvangrijker zijn – denk aan het vervangen van blokken, het herstellen van grotere gevelvlakken en het aanpakken van zouten en gipskorsten aan de bron – dan adviseert de Onderhoudsfiche om een deskundige te raadplegen, gezien de omgevingsgevoeligheid van de steen. Deze kan tevens het type mergel identificeren en dus zijn weerstand en specifieke eigenschappen beter inschatten.”

De masterthesis van Elke Verdin – Mergelerfgoed – Erfgoed in mergelsteen: huidige problematiek en handleiding tot een duurzaam behoud is digitaal op te vragen via verdin.elke@gmail.com.   

De onderhoudsfiche is beschikbaar via de website van Monumentenwacht.