Veranderende visie bij Nibo Stone

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
De productie van Nibo Stone, met vestigingen in Blerick en Vianen, werd altijd opgekrikt met het aantrekken van nieuwe mensen. Vertrouwen in cnc-machines had directeur Maurice van Nieuwenborg niet echt. Nu heeft hij zijn visie veranderd en toch geïnvesteerd in een cnc-gestuurde zaag van Donatoni. “Had ik dat maar veel eerder gedaan, we zijn nu klaar voor de volgende stap.”

Een cnc-machine moet continu worden gevoed door de leverancier, een deel van de week staat de machine stil en de software is om gek van te worden. Deze vooroordelen leidden ertoe dat Nibo Stone niet investeerde in cnc-gestuurde machines. Nu de laatste jaren goed personeel moeilijk te vinden is en arbeid bovendien erg duur is, besloot Maurice van Nieuwenborg zijn wantrouwen opzij te zetten en op zoek te gaan naar een geschikte cnc-gestuurde zaagmachine. “Wij hebben altijd de productie opgekrikt door extra mensen aan te trekken. Je zit in een automatische molen, we doen zoals we het altijd doen, zoals we gewend zijn. Maar als je een simpel rekensommetje maakt, is een machine op termijn een stuk goedkoper dan personeel. Machineleverancier Viek Seynhaeve van VIEK-Machines.com had van een klant het volgende rekensommetje gehoord: vroeger kostte een marmeren tafel omgerekend duizend euro. Dat was negenhonderd euro voor het marmer en honderd euro voor de arbeid. Nu kost die tafel nog steeds duizend euro, maar is de verdeling precies andersom; negenhonderd euro arbeid en honderd euro marmer. Nu hebben we het besluit genomen om het deel van het werk dat we uitbesteden, zelf te doen.”

Ambachtelijk

Nibo StoneDe geschiedenis van Nibo Stone gaat vijfennegentig jaar terug. Toon van Nieuwenborg startte in 1923 – midden in de crisistijd – als zelfstandig ondernemer. In Venlo opende hij een kleine steenhouwerij gespecialiseerd in het ambachtelijk bewerken van natuursteen. Hij werkte aan de bouw en restauratie van kerken en hij maakte grafmonumenten. Toon leert in die tijd zijn broer Pierre en diens kinderen Tom en Toën het ambachtelijke steenhouwersvak. Het bedrijf kreeg het moeilijk in de Tweede Wereldoorlog, maar in 1952 opende neef Toën – de tweede generatie – een steenhouwerij in het aan de andere kant van de Maas gelegen Blerick. Hij werkt vooral mee aan de restauratie van de in de oorlog beschadigde bouwwerken, onder andere aan de restauratie van de Martinitoren in Groningen. De zaken gaan erg goed en in 1956 opent hij een grotere steenhouwerij op de huidige locatie aan de Voltastraat in Blerick. Hij investeert in een moderne zaagmachine en polijstmachines. Hij breidt zijn activiteiten uit en gaat ook onder andere natuurstenen dorpels en vensterbanken produceren. 

Derde generatie

Nibo StoneIn 1962 komt de derde generatie in het natuursteenbedrijf werken, Toëns oudste zoon Tom. Hij specialiseert zich in het uitbreiden van de productiecapaciteiten. Hij investeert in een aantal nieuwe machines. Twee jaar later komt ook de tweede zoon, John, in het familiebedrijf werken. Hij houdt zich hoofdzakelijk bezig met de inkoop en handel van natuursteen. Hij brengt de bekende Jura-platen naar de Verenigde Staten. Daarnaast is hij pionier in Rusland, waar hij de verschillende soorten natuursteen in kaart brengt. Hij reist ook naar India. Daar zet hij niet alleen een compleet nieuwe productie-unit op, maar hij helpt ook met het oprichten van een school voor kinderen van natuursteenbewerkers. In die tijd ontstaat in Nederland de ‘Nibo Stone’, de Anröchter Stein uit Duitsland die het bedrijf uit Blerick op de markt heeft gebracht. Dertig jaar na de derde generatie komt de vierde en huidige generatie in het bedrijf werken. Eerst Marco, de oudste zoon van Tom. Hij specialiseert zich in de verkoop van natuursteen afbouwelementen. Ook richt hij zich op marktverbreding voor het Limburgse natuursteenbedrijf. Zo ontwikkelt hij een natuurstenen onderdorpel die tot op heden de enige in Nederland is die Komo-gecertificeerd is. “En drie jaar na Marco kwam ik in het bedrijf werken”, vertelt Maurice.

Lees het volledige artikel in NATUURSTEEN 8-2018.