Restauratie beelden van de Sint-Janskathedraal

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Tien beelden ter Verering van de Heilige Maagd Maria die aan de noordkant van de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch al meer dan honderddertig jaar de gevel sieren, moesten worden gerestaureerd. Twee waren in een te slechte staat en werden opnieuw gemaakt. De restauratie van de resterende acht is verzorgd door restaurator Adriaan van Rossem uit Nijmegen. Weersinvloeden, de natuurlijke verwering van natuursteen en een eerdere restauratie met cement had volgens hem tot gevolg dat ze in een dramatische staat waren. Gelukkig kon hij een reconstructie maken aan de hand van foto’s van voorstudies in gips uit 1870 en de beelden zo veel mogelijk in originele staat terugbrengen.

In de gang van een oude school in Nijmegen staan houten kratten opgesteld. Hierin zijn acht beelden ter Verering van de Heilige Maagd Maria vervoerd van de Kathedrale Basiliek van Sint Jan Evangelist – in de regel aangeduid als Sint-Janskathedraal – in ‘s-Hertogenbosch naar de werkplaats van restaurator Adriaan van Rossem. Hij kreeg de taak om de beelden te restaureren. Een omvangrijke klus, zo begint hij het verhaal. “De meer dan honderddertig jaar oude beelden van Udelfanger zandsteen verkeerden in een slechte staat. Stukken steen waren door verwering afgebroken, denk aan vingers, neuzen en uiteinden van vleugels. En het oppervlak was veelal geërodeerd. Ik moest de beelden zo veel mogelijk in de originele staat terugbrengen”, aldus Van Rossem.

Maximaal behoud beelden

Restauratiearchitectuur BBM uit Raamsdonksveer is de architect en directievoerder van de restauratie en onderhoud van de Sint-Janskathedraal. Maikel Niël is projectopzichter van BBM. “De opgave was dat de beelden door restauratie voor een periode van minimaal dertig tot vijftig jaar behouden worden. Hierbij is gestreefd naar een maximaal behoud van het oorspronkelijke beeldhouwwerk. Hiervoor is een technische opname gedaan, waarbij bleek dat enkele beelden zo ver versleten waren dat vervanging onontkoombaar was.”

De keuze voor Van Rossem als restaurator was volgens Niël een logische keuze. “Van Rossem is als gespecialiseerd restaurator voor natuurstenen beeldhouwwerk de meest geschikte partij voor dit soort werk. Zijn precieze aanpak met rijke ervaring in dit werk gaven de doorslag. De manier hoe hij omgaat met mortelreparaties en het op kleur krijgen daarvan zijn zeer goed.  Hij combineert zijn grote technische kennis over mortelsamenstellingen met een artistiek gevoel voor vorm. Ook is hij een goed verstaander van de huidige restauratie-ethiek.”

Praktijkrestaurator

Van Rossem zit al veertig jaar in het restauratievak. Hij noemt zichzelf een praktijkrestaurator. “Ik wil het vak in de vingers hebben”, zegt hij. Hij leerde het vak in Londen, waar hij zes jaar voor een restauratiebedrijf werkte en in deeltijd een studie van drie jaar aan de Universiteit van Londen volgde, Archaeological Conservation and Materials Science. “Een technische opleiding met een chemische achtergrond. Ik heb er kennis opgedaan van te gebruiken materialen, kleur, weersinvloeden en conservering van natuursteen”, geeft Van Rossem als omschrijving.

Proeven

Bij de restauratie van de Engelenbeelden heeft Van Rossem eerst proeven uitgevoerd. “In eerste instantie heb ik proeven uitgevoerd om de hoofden schoon te maken. Allereerst met behulp van een microzandstraalmachine, maar daarmee raakte het oppervlak van de steen toch iets beschadigd. Vervolgens heb ik het met een laser geprobeerd. Dit bleek een betere methode, maar de steen werd te grijs. Daardoor moesten ze worden geretoucheerd. Dit gebeurt met pigmenten in een silicaatmedium. Uiteindelijk is besloten om de donkere gebieden niet te reinigen, maar met pigmenten in een silicaatmedium naar de originele okerkleur te retoucheren. Dit wordt door Ton Wuyts van de aannemer Nico de Bont gedaan”, legt hij uit. 

Cement

De grootste opgave bij de restauratie van de beelden was volgens Van Rossem het herstellen van een eerdere restauratie. “Bij een restauratie van ik denk zo’n twintig tot dertig jaar geleden, zijn beschadigde delen weggehakt en vol aangesmeerd met cement. Cement wordt echter veel harder dan de voor de beelden gebruikte Udelfanger zandsteen. Sommige beelden verkeerden daardoor in een dramatische staat. Daar heb ik met behulp van een slijptol met diamant zaagblad tot heel diep de cement moeten wegslijpen.” Als voorbeeld laat hij het beeld van de engel met de papyrusrol zien. De volledige onderkant van het beeld heeft een andere kleur dan de rest van het beeld. “De onderkant van het beeld was aangeheeld met cement waarbij de originele vormgeving maar zeer globaal was benaderd. Ik heb dus heel veel moeten wegslijpen. Ik heb een gat van een halve meter geboord en daarin een rvs-dook van 14 millimeter dik aangebracht die ik met epoxy heb vastgelijmd. Daarna ben ik begonnen met het aanhelen met Jahn-mortel die ik zelf op kleur heb gemaakt en heb ik de plooien van de tuniek aangebracht. Jahn, de Duitse ontdekker van het recept van de mortel – een mengsel van steenstof, verschillende andere componenten en een beetje cement – is onlangs overleden en heeft het geheime recept helaas mee het graf in genomen. Ik heb gelukkig nog een behoorlijke voorraad van deze mortel, die veel fijner is dan andere. Het is nu wachten op een goede vervanger…”

De volledige projectbeschrijving is te lezen in NATUURSTEEN 5-2020.