Steenkwaliteit en historische luchtvervuiling in Oxford

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
‘The Emperor Heads’ vormen een set van dertien iconische bustes rond het Sheldonian Theatre en behoren tot de meest bekende stadsgezichten van Oxford in Engeland. De huidige beelden zijn reeds de derde generatie, nadat de oorspronkelijke beelden uit 1669 eerst in 1868 en vervolgens in 1972 werden vervangen. De vorige generaties beelden werden op merkwaardige wijze bewaard en teruggehaald door onderzoekers van de Universiteit van Oxford. Beide generaties worden nu tentoongesteld in de Weston Library, rechtover het Sheldonian Theatre, en hun verhaal is er eentje van steenkwaliteit en historische luchtvervuiling.

OxfordNiemand die weet wie ze exact voorstellen, die oorspronkelijk veertien bebaarde iconische hoofden die het Sheldonian Theatre in Broad Street Oxford omringen. Eéntje moest intussen plaatsmaken voor de bouw van het Clarendon-gebouw en vier aangrenzende gezichten zijn historisch gezien bijna vijftien jaar jonger en behoren tot het Old Ashmolean-gebouw, waar nu het museum van de geschiedenis van de wetenschappen huist. Ze werden beschreven als de filosofen, maar sinds het boek Zuleika Dobson van Max Beerbohm in 1911 werd gepubliceerd worden ze de (Sheldonian) Emperors genaamd.
De eerste generatie dateert uit 1669, net na de bouw van het Sheldonian Theatre. Ze werden gekapt door William Byrd uit kalksteen van Taynton, in die tijd een zeer gebruikelijk materiaal uit de Taynton-kalksteenformatie in de nabijgelegen Cotswolds. Oxford ligt namelijk midden in een wijde band van Juragesteenten, die zich in zuidwest-noordoostelijke richting uitstrekt van de zuidkust tot Yorkshire. Taynton-kalksteen behoort tot de Great Oolite Group uit het Bathoniaan (Midden-Jura). Dat maakt dat de steen geologisch gezien net iets ouder is dan de Portland-kalksteen en eerder dezelfde ouderdom heeft als de Franse Massangis-steen. De steen van Taynton is een schuin gelaagde oölitische kalksteen en krijgt een okerkleurig patina waarmee die macroscopisch op een donkere versie van de Savonnières-steen gaat gelijken. De originele beelden hebben meer dan tweehonderd jaar overleefd tot ze uiteindelijk in 1868, midden in de Victoriaanse tijd, vervangen werden. Die vervanging vond plaats in Milton-kalksteen. Stratigrafisch behoort deze tot hetzelfde pakket als de steen uit Taynton, maar in de praktijk is men gaan ervaren dat de steen uit Milton minder duurzaam is. En dat bleek ook uit de beelden, want gecombineerd met de hoge graad van luchtvervuiling door industrie en het gebruik van houtskool voor verwarming in de Victoriaanse tijd hebben ze het met moeite een eeuw overleefd. Reeds 57 jaar na hun plaatsing beschreef John Betjeman ze reeds als de onherkenbare bebaarde bewaarders. Uiteindelijk kwam het tot een tweede vervanging, waarbij ze in 1972 vervangen werden door de derde generatie-beelden gemaakt door Michael Black. Ze werden vervaardigd in kalksteen van Clipsham, een typisch restauratiemateriaal sinds de jaren 1960. Ondertussen waken ze bijna vijftig jaar over Broad Street, in goede staat. Gaan ze het tweehonderd jaar uithouden?

Zoektocht

In 2012 ging het team van prof. Heather Viles van de Universiteit van Oxford op zoek naar de Oxfordvorige generaties beelden en hun betekenis. De zoektocht was gebaseerd op actief archiefonderzoek, lokale verhalen en media aandacht. De beelden bleken verspreid over de tuinen van verschillende Colleges in Oxford, private woontuinen en lokale scholen. Sommige werden teruggevonden in de Malvern Hills, meer dan honderd kilometer van het Sheldonian Theatre. Sommige werden zelfs geveild en veranderden van eigenaar. De beelden van de tweede generatie werden bij hun vervanging op trucks geladen en overgebracht naar een lapidarium in een bos waarvan de universiteit eigenaar is. Daar werden ze achtergelaten en uiteindelijk bijna vergeten. Tot 2012 dus. 

Het volledige artikel is te lezen in Natuursteen 4-2019. Deze uitgave verschijnt op 20 juni. Nog geen abonnee? Klik hier!