Muschelkalksteen-raamdorpels vertonen scheurtjes aan de voorzijde

‹ Terug naar overzicht
Door: NATUURSTEEN helpdesk
Geplaatst op:
Diverse in massief metselwerk ingeklemde Muschelkalksteen-raamdorpels vertonen scheurtjes aan de voorzijde. Is het zinvol deze scheurtjes dicht te lijmen?

De raamdorpels zijn 1.850 mm lang, 180 mm breed en 

80 mm dik, met opgehakte neuten aan de zijkant en voorzien van een opgehakte achterzijde waar het kozijn op steunt. De dorpelneuzen, die 50 mm uit het metselwerk steken, zijn 30 mm dik.

Gegeven het feit dat de dorpels dateren van 1960  is het niet ondenkbaar dat er in het materiaal gebreken optreden. Opvallend is echter dat de meeste scheurtjes vanaf de buitenkant zijn ontstaan, omdat de scheurtjes daar het breedste zijn en smaller worden naar het raam toe. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat er inwendige spanningen ontstaan door uitzettingsverschillen tussen de buitenzijde (de dorpelneuzen), en de binnenzijde van de dorpel, die verbonden is met het metselwerk.

Omdat de dorpels ingeklemd liggen, zonder flexibele kitvoegen, maar met goed gevulde, starre mortelvoegen, wordt elke verlenging van de raamdorpel tegengewerkt. De door zonbestraling opgewarmde buitenzijde zet eerder uit dan de koelere binnenzijde, die verholen achter het aluminium kozijn volop contact heeft met het koelere metselwerk. Hierdoor zal de binnenzijde nooit zo warm kunnen worden, en een gelijke lengte krijgen, dan de buitenzijde van de raamdorpel. Omdat de buitenzijde iets buiten de muur steekt, zal de raamdorpel bij verlenging iets naar buiten uitbuigen. Hierdoor kunnen scheurtjes aan de buitenzijde ontstaan.

De uitzettingscoëfficiënt (m/(m.K) van metselwerk is 6 x 10 -6 horizontaal gemeten, en van Muschelkalk is dit hoger, namelijk 8 x 10 -6.  Dus de Muschelkalk klemt zichzelf altijd in het metselwerk vast, zelfs bij gelijke opwarming van de muur en de dorpel. Maar de buitenzijde van de raamdorpel kan wel 50 °C worden, terwijl het metselwerk en de binnenzijde van de dorpel door de totale massa slechts 

35 °C blijven. De verschillen in verlenging tussen de voorzijde en achterzijde van de dorpel bedragen dan ten opzichte van een uniforme 15 °C ruim 0,22 mm. Dit lijkt weinig, maar is wellicht genoeg om te scheuren.   

En is er eenmaal een scheurtje, dan zal regenwater en vorst een handje bijdragen aan de vergroting hiervan, ook hier is dit van buitenaf het makkelijkste. Door de scheurtjes komt er meer water in het metselwerk dan bedoeld, en vervuilt de gevel onder de raamdorpels eerder.

Het star dichtlijmen van de scheurtjes met epoxy of polyester zal nieuwe spanningen introduceren, en is dus af te raden. Vullen met een flexibele natuursteenkit is een oplossing, maar past niet bij het karakter van de steen, tenzij bezand in kleur. Het gebruik van een ‘flexibel’ cementair voegmiddel voor smalle voegen is wel een optie.